Hoe werkt het? Verkiezingen

Hoe worden de zetels verdeeld?

In het kort

Een partij krijgt een zetel voor elke keer dat ze de kiesdeler haalt. De zetels die dan over zijn, gaan een voor een naar de partij met het hoogste gemiddelde aantal stemmen per zetel.

Stap 1: de kiesdeler

Het centraal stembureau telt alle geldige stemmen op. Dat getal deelt het door het aantal zetels (artikel P 5 van de Kieswet). De uitkomst heet de kiesdeler. Zoveel stemmen heeft een partij nodig voor één zetel.

Stap 2: de volle zetels

Een partij krijgt een zetel voor elke keer dat ze de kiesdeler haalt (artikel P 6). Dat heten volle zetels. Haalt een partij de kiesdeler 3,6 keer? Dan krijgt ze eerst 3 zetels.

Stap 3: de restzetels

Na de volle zetels blijven er meestal zetels over. Dat zijn de restzetels. Ze gaan een voor een naar een partij (artikel P 7):

  1. Deel de stemmen van elke partij door haar aantal zetels plus 1.
  2. De partij met het hoogste getal krijgt de restzetel.
  3. Reken voor die partij opnieuw, met de nieuwe zetel erbij.
  4. Herhaal dit tot alle restzetels verdeeld zijn.

Zo kan een partij ook meer dan één restzetel krijgen. Bij de maken alleen partijen die de kiesdeler haalden kans op een restzetel.

Stap 4: welke kandidaat krijgt de zetel?

Daarna kijkt het centraal stembureau naar de kandidaten. Je stemt altijd op één kandidaat. De stemmen op een kandidaat heten voorkeurstemmen.

Kandidaten met veel stemmen krijgen als eerste een zetel, als hun partij genoeg zetels heeft. Daarvoor is minstens een kwart van de kiesdeler nodig (een kwart of meer) (artikel P 15). Dat heet de voorkeurdrempel. Zo kan een kandidaat iemand passeren die hoger op de lijst staat. De andere zetels gaan in de volgorde van de lijst (artikel P 17).

Een voorbeeld: de Tweede Kamer in 2025

Bij de verkiezing van 29 oktober 2025 waren er 10.571.990 geldige stemmen. Die deelde de Kiesraad door 150 zetels. De kiesdeler was 70.479 140/150: bijna 70.480 stemmen.

D66 kreeg 1.790.634 stemmen. Dat is ruim 25 keer de kiesdeler, dus 25 volle zetels. De PVV kreeg 1.760.966 stemmen. Dat is net geen 25 keer de kiesdeler, dus 24 volle zetels. Alle partijen samen kregen 139 volle zetels. Er bleven 11 restzetels over.

Voor de eerste restzetel deelde de Kiesraad de stemmen van de PVV door 25. Dat gaf 70.438,6. Bij D66 was het 1.790.634 gedeeld door 26: 68.870,5. De PVV had het hoogste getal van alle partijen en kreeg de eerste restzetel. Later kreeg de PVV nog een restzetel. Negen andere partijen kregen er elk één. Daardoor kregen D66 en de PVV allebei 26 zetels.

De voorkeurdrempel was 17.620 stemmen. Vijf kandidaten werden zo benoemd. Op hun plek op de lijst waren ze anders niet gekozen. Alle berekeningen staan in het proces-verbaal van de Kiesraad.

Wat is anders bij de Provinciale Staten?

Op 17 maart 2027 kies je de Provinciale Staten. Elke provincie verdeelt haar eigen zetels. Het aantal zetels hangt af van het aantal inwoners op 1 januari van het jaar ervoor. In 2023 had Zeeland 39 zetels en Zuid-Holland 55.

De rekenmethode is bijna hetzelfde. Er is één verschil. Bij de Provinciale Staten kan een partij een restzetel krijgen zonder de kiesdeler te halen. De regel uit stap 3 geldt namelijk alleen voor de Tweede Kamer (artikel P 7, tweede lid). De voorkeurdrempel is ook hier minstens een kwart van de kiesdeler.

Twee tot drie maanden later kiezen de Statenleden mee de leden van de .

Wat betekent dit voor beloftes?

Na de verkiezing begint de . Een heeft minstens 76 van de 150 Kamerzetels nodig voor een meerderheid. Hoeveel zetels een partij heeft, telt mee in die gesprekken. Daarom kijkt Beloftewijzer ook naar wat er in het terechtkomt.

Moeilijke woorden op deze pagina

Bronnen

Bijgewerkt op

Feedback